Mattheus 25 vers 10 en 13
18/08/2023

Mattheus 25 vers 10 en 13

Voorganger:
Passage: Mattheus 25:1-13

1 ALSDAN zal het Koninkrijk der hemelen zijn gelijk tien maagden, welke haar lampen namen en gingen uit, den bruidegom tegemoet.
2 En vijf van haar waren wijs, en vijf waren dwaas.
3 Die dwaas waren, haar lampen nemende, namen geen olie met zich.
4 Maar de wijzen namen olie in haar vaten, met haar lampen.
5 Als nu de bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig en vielen in slaap.
6 En te middernacht geschiedde een geroep: Zie, de bruidegom komt, gaat uit, hem tegemoet.
7 Toen stonden al die maagden op en bereidden haar lampen.
8 En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit.
9 Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers en koopt voor uzelven.
10 Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten.
11 Daarna kwamen ook de andere maagden, zeggende: Heere, Heere, doe ons open.
12 En hij antwoordende zeide: Voorwaar zeg ik u, ik ken u niet.
13 Zo waakt dan; want gij weet den dag niet, noch de ure, in dewelke de Zoon des mensen komen zal.

Geef een reactie