Job 10 van 12
22/04/2022

Job 10 van 12

Predikant:
Serie:
Passage: Job 40:1-21
Plaats:

1 EN de HEERE antwoordde Job uit een onweder en zeide:
2 Gord nu als een man uw lendenen; Ik zal u vragen, en onderricht Mij.
3 Zult gij ook Mijn oordeel tenietmaken? Zult gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt?
4 Hebt gij een arm gelijk God? En kunt gij gelijk Hij met de stem donderen?
5 Versier u nu met voortreffelijkheid en hoogheid, en bekleed u met majesteit en heerlijkheid.
6 Strooi de verbolgenheden uws toorns uit, en zie allen hoogmoedige en verneder hem.
7 Zie allen hoogmoedige en breng hem ten onder, en verpletter de goddelozen in hun plaats.
8 Verberg hen tezamen in het stof; verbind hun aangezichten in het verborgene.
9 Dan zal Ik ook u loven, omdat uw rechterhand u zal verlost hebben.
10 Zie nu, behémoth, welken Ik gemaakt heb nevens u, hij eet hooi gelijk een rund.
11 Zie toch, zijn kracht is in zijn lendenen, en zijn macht in den navel zijns buiks.
12 Als het hem lust, zijn staart is als een ceder; de zenuwen zijner schaamte zijn doorvlochten.
13 Zijn beenderen zijn als vast koper; zijn gebeenten zijn als ijzeren handbomen.
14 Hij is een hoofdstuk der wegen Gods; Die hem gemaakt heeft, heeft hem zijn zwaard aangehecht.
15 Omdat de bergen hem voeder voortbrengen, daarom spelen al de dieren des velds aldaar.
16 Onder schaduwachtige bomen ligt hij neder, in een schuilplaats des riets en des slijks.
17 De schaduwachtige bomen bedekken hem, elkeen met zijn schaduw; de beekwilgen omringen hem.
18 Zie, hij doet de rivier geweld aan en verhaast zich niet; hij vertrouwt dat hij de Jordaan in zijn mond zou kunnen intrekken.
19 Zou men hem voor zijn ogen kunnen vangen? Zou men hem met strikken den neus doorboren kunnen?
20 Zult gij den leviathan met den angel trekken, of zijn tong met een koord dat gij laat nederzinken?
21 Zult gij hem een bieze in den neus leggen, of met een doorn zijn kaak doorboren?

Kerken:

Geef een antwoord