De genezing van de melaatse
17/05/2022

De genezing van de melaatse

Predikant:
Passage: Leviticus 14:1-20
Plaats:

1 DAARNA sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2 Dit zal de wet des melaatsen zijn ten dage zijner reiniging: dat hij tot den priester zal gebracht worden,
3 En de priester zal buiten het leger gaan; als de priester merken zal dat, zie, die plaag der melaatsheid van den melaatse genezen is,
4 Zo zal de priester gebieden, dat men voor hem die te reinigen zal zijn, twee levende reine vogels neme, mitsgaders cederhout en scharlaken en hysop.
5 De priester zal ook gebieden dat men den enen vogel slachte, in een aarden vat, over levend water.
6 Dien levenden vogel zal hij nemen, en het cederhout en het scharlaken en de hysop; en zal die en den levenden vogel dopen in het bloed des vogels die over het levende water geslacht is.
7 En hij zal over hem die van de melaatsheid te reinigen is, zevenmaal sprengen; daarna zal hij hem rein verklaren en den levenden vogel in het open veld vliegen laten.
8 Die nu te reinigen is, zal zijn klederen wassen en al zijn haar afscheren en zich in het water afwassen, zo zal hij rein zijn; daarna zal hij in het leger komen, maar zal buiten zijn tent zeven dagen blijven.
9 En het zal ten zevenden dage geschieden, dat hij al zijn haar zal afscheren, zijn hoofd en zijn baard en de wenkbrauwen zijner ogen; ja, al zijn haar zal hij afscheren, en zal zijn klederen wassen en zijn vlees met water baden, zo zal hij rein zijn.
10 En op den achtsten dag zal hij twee volkomen lammeren en één eenjarig volkomen schaap nemen, mitsgaders drie tienden meelbloem ten spijsoffer, met olie gemengd, en één log olie.
11 De priester nu die de reiniging doet, zal den man die te reinigen is en die dingen stellen voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst.
12 En de priester zal dat ene lam nemen en hetzelve offeren tot een schuldoffer met den log olie, en zal die ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN bewegen.
13 Daarna zal hij dat lam slachten in de plaats waar men het zondoffer en het brandoffer slacht, in de heilige plaats; want het schuldoffer, gelijk het zondoffer, is voor den priester; het is een heiligheid der heiligheden.
14 En de priester zal van het bloed des schuldoffers nemen, hetwelk de priester doen zal op het lapje van het rechteroor desgenen die te reinigen is, en op den duim zijner rechterhand en op den groten teen van zijn rechtervoet.
15 De priester zal ook uit den log der olie nemen, en zal ze op des priesters linkerhand gieten.
16 Dan zal de priester zijn rechtervinger indopen, nemende van die olie die in zijn linkerhand is, en zal met zijn vinger van die olie zevenmaal sprengen voor het aangezicht des HEEREN.
17 En van het overige derzelver olie die in zijn hand zal zijn, zal de priester doen op het lapje van het rechteroor desgenen die te reinigen is, en op den duim zijner rechterhand, en op den groten teen van zijn rechtervoet, boven op het bloed des schuldoffers.
18 Wat nog overgebleven zal zijn van die olie die in de hand des priesters geweest is, zal hij doen op het hoofd desgenen die te reinigen is; zo zal de priester over hem verzoening doen voor het aangezicht des HEEREN.
19 De priester zal ook het zondoffer bereiden en voor hem die van zijn onreinheid te reinigen is, verzoening doen; en daarna zal hij het brandoffer slachten.
20 En de priester zal dat brandoffer en dat spijsoffer op het altaar offeren; zo zal de priester de verzoening voor hem doen, en hij zal rein zijn.

Mattheus 8:
1 TOEN Hij nu van den berg afgeklommen was, zijn Hem vele scharen gevolgd.
2 En zie, een melaatse kwam en aanbad Hem, zeggende: Heere, indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.
3 En Jezus de hand uitstrekkende, heeft hem aangeraakt, zeggende: Ik wil, word gereinigd. En terstond werd hij van zijn melaatsheid gereinigd.
4 En Jezus zeide tot hem: Zie dat gij dit niemand zegt; maar ga heen, toon uzelven den priester, en offer de gave die Mozes geboden heeft, hun tot een getuigenis.

Kerken:

Geef een antwoord