Bijbel studie Daniël 4 van 23
27/04/2022

Bijbel studie Daniël 4 van 23

Predikant:
Passage: Daniël 2:28-49

28 Maar er is een God in den hemel, Die verborgenheden openbaart; Die heeft den koning Nebukadnézar bekendgemaakt wat er geschieden zal in het laatste der dagen. Uw droom en de gezichten uws hoofds op uw leger zijn deze:
29 Gij, o koning, op uw leger zijnde, klommen uw gedachten op, wat hierna geschieden zou; en Hij Die verborgen dingen openbaart, heeft u te kennen gegeven wat er geschieden zal.
30 Mij nu, mij is de verborgenheid geopenbaard, niet door de wijsheid die in mij zij boven alle levenden, maar daarom opdat men den koning de uitlegging zou bekendmaken, en opdat gij uws harten gedachten zoudt weten.
31 Gij, o koning, zaagt, en zie, er was een groot beeld (dit beeld was treffelijk en deszelfs glans was uitnemend), staande tegen u over; en zijn gedaante was schrikkelijk.
32 Het hoofd van dit beeld was van goed goud, zijn borst en zijn armen van zilver, zijn buik en zijn dijen van koper,
33 Zijn schenkels van ijzer, zijn voeten eensdeels van ijzer en eensdeels van leem.
34 Dit zaagt gij, totdat er een steen afgehouwen werd zonder handen; die sloeg dat beeld aan zijn voeten van ijzer en leem, en vermaalde ze.
35 Toen werden tezamen vermalen het ijzer, leem, koper, zilver en goud, en zij werden gelijk kaf van de dorsvloeren des zomers, en de wind nam ze weg en er werd geen plaats voor dezelve gevonden; maar de steen die het beeld geslagen heeft, werd tot een groten berg, alzo dat hij de gehele aarde vervulde.
36 Dit is de droom; zijn uitlegging nu zullen wij voor den koning zeggen.
37 Gij, o koning, zijt een koning der koningen; want de God des hemels heeft u een koninkrijk, macht en sterkte en eer gegeven;
38 En overal waar mensenkinderen wonen, heeft Hij de beesten des velds en de vogelen des hemels in uw hand gegeven, en Hij heeft u gesteld tot een heerser over al dezelve; gij zijt dat gouden hoofd.
39 En na u zal een ander koninkrijk opstaan, lager dan het uwe; daarna een ander, het derde koninkrijk, van koper, hetwelk heersen zal over de gehele aarde.
40 En het vierde koninkrijk zal hard zijn gelijk ijzer, aangezien het ijzer alles vermaalt en verzwakt; gelijk nu het ijzer, dat zulks alles verbreekt, alzo zal het vermalen en verbreken.
41 En dat gij gezien hebt de voeten en de tenen ten dele van pottenbakkersleem en ten dele van ijzer: dat zal een gedeeld koninkrijk zijn, doch daar zal van des ijzers vastigheid in zijn, ten welken aanzien gij gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem;
42 En de tenen der voeten ten dele ijzer en ten dele leem: dat koninkrijk zal ten dele hard zijn en ten dele broos.
43 En dat gij gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem: zij zullen zich wel door menselijk zaad vermengen, maar zij zullen de een aan den ander niet hechten, gelijk als zich ijzer met leem niet vermengt.
44 Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk verwekken, dat in der eeuwigheid niet zal verstoord worden; en dat Koninkrijk zal aan geen ander volk overgelaten worden; het zal al die koninkrijken vermalen en tenietdoen, maar zelf zal het in alle eeuwigheid bestaan.
45 Daarom hebt gij gezien dat uit den berg een steen zonder handen afgehouwen is geworden, die het ijzer, koper, leem, zilver en goud vermaalde. De grote God heeft den koning bekendgemaakt wat hierna geschieden zal. De droom nu is gewis en zijn uitlegging is zeker.
46 Toen viel de koning Nebukadnézar op zijn aangezicht en aanbad Daniël; en hij zeide dat men hem met spijsoffer en lieflijk reukwerk een drankoffer doen zou.
47 De koning antwoordde Daniël en zeide: Het is de waarheid, dat ulieder God een God der goden is, en een Heere der koningen, en Die de verborgenheden openbaart, dewijl gij deze verborgenheid hebt kunnen openbaren.
48 Toen maakte de koning Daniël groot, en hij gaf hem vele grote geschenken, en hij stelde hem tot een heerser over het ganse landschap van Babel, en een overste der overheden over al de wijzen van Babel.
49 Toen verzocht Daniël van den koning; en hij stelde Sadrach, Mesach en Abed-nego over de bediening des landschaps van Babel; maar Daniël bleef aan de poort des konings.

Geef een antwoord