Bijbel studie Daniël 10 van 23
29/04/2022

Bijbel studie Daniël 10 van 23

Predikant:
Passage: Daniël 5:17-30

17 Toen antwoordde Daniël en zeide voor den koning: Heb uw gaven voor uzelven, en geef uw vereringen aan een ander; ik zal nochtans het schrift voor den koning lezen en de uitlegging zal ik hem bekendmaken.
18 Wat u aangaat, o koning, de allerhoogste God heeft uw vader Nebukadnézar het koninkrijk en grootheid en eer en heerlijkheid gegeven;
19 En vanwege de grootheid die Hij hem gegeven had, beefden en sidderden alle volken, natiën en tongen voor hem; dien hij wilde doodde hij, en dien hij wilde behield hij in het leven, en dien hij wilde verhoogde hij, en dien hij wilde vernederde hij.
20 Maar toen zich zijn hart verhief en zijn geest verstijfd werd ter hovaardij, werd hij van den troon zijns koninkrijks afgestoten en men nam de eer van hem weg.
21 En hij werd van de kinderen der mensen verstoten, en zijn hart werd den beesten gelijkgemaakt, en zijn woning was bij de woudezels; men gaf hem gras te smaken gelijk den ossen, en zijn lichaam werd van den dauw des hemels natgemaakt, totdat hij bekende dat God, de Allerhoogste, Heerser is over de koninkrijken der mensen en over dezelve stelt wien Hij wil.
22 En gij, Bélsazar, zijn zoon, hebt uw hart niet vernederd, alhoewel gij dit alles wel geweten hebt.
23 Maar gij hebt u verheven tegen den Heere des hemels, en men heeft de vaten van Zijn huis voor u gebracht, en gij en uw geweldigen, uw vrouwen en uw bijwijven hebben wijn uit dezelve gedronken, en de goden van zilver en goud, koper, ijzer, hout en steen, die niet zien noch horen noch weten, hebt gij geprezen; maar dien God, in Wiens hand uw adem is, en bij Wien al uw paden zijn, hebt gij niet verheerlijkt.
24 Toen is dat deel der hand van Hem gezonden, en dit schrift getekend geworden.
25 Dit nu is het schrift dat daar getekend is: MENÉ, MENÉ, TEKEL, UPHARSIN.
26 Dit is de uitlegging dezer woorden: MENÉ, God heeft uw koninkrijk geteld, en Hij heeft het voleind.
27 TEKEL, gij zijt in weegschalen gewogen, en gij zijt te licht gevonden.
28 PERES, uw koninkrijk is verdeeld, en het is den Meden en den Perzen gegeven.
29 Toen beval Bélsazar, en zij bekleedden Daniël met purper, met een gouden keten om zijn hals, en zij riepen overluid van hem dat hij de derde heerser in dat koninkrijk was.
30 In dienzelven nacht werd Bélsazar, der Chaldeeën koning, gedood.

Geef een antwoord